De Nederlandse naam Watercypres is gelukkig een stuk makkelijker dan de Latijnse naam Metasequoia glyptostroboides. De Metasequoia was geheel uitgestorven, tenminste dat dacht men, vlak voor de tweede wereldoorlog ontdekte ze dat er in het westen van China nog enkele exemplaren groeiden. Vele jaren later is de Metasequoia over alle werelddelen verspreid door zaad maar ook door stek. De Metasequoia houdt van natte zomers die in ons land helaas maar al te vaak voorkomen. Metasequoia is één van de weinige coniferen die het loof in de winter verliezen. Het naaldvormige blad kleurt in de herfst eerst goudkleurig en later bruin waardoor de boom erg opvalt. In het voorjaar vormt de Metasequoia weer nieuw loof aan de oranjerode twijgen. Metasequoia bereikt in Nederland en België een hoogte van ongeveer 35 meter en heeft een slanke kegelvorm. Metasequoia is een probleemloze boom die niet gevoelig is voor ziekten en vrij snel groeit.

Metasequoia__glyptostroboides_watercypres_0001 Metasequoia__glyptostroboides_watercypres_0002 Metasequoia__glyptostroboides_watercypres_0003

Snoeien:
Indien de Metasequoia glyptostroboides op de juiste open plaats is aangeplant dan is snoei niet nodig. Het snoeien van een Metasequoia is een rechtstreekse aanval op de habitus en dus niet aan te bevelen. Eventuele dubbele top of harttak niet wegsnoeien dit is juist karakteristiek voor de Metasequoia.

Metasequoia als haag:
Steeds vaker zie je dat men de Metasequoia aanplant als haag. Je kan de conifeer dan het beste in juni/juli snoeien maar wacht op een bewolkte week om deze klus uit te voeren. Een haag van Metasequoia plant je door een geul te graven en, afhankelijk van de maat, een plantafstand van veertig cm aan te houden.

Vermeerderen:
Metasequoia laat zich over het algemeen prima vermeerderen middels winterstek.

Combineren met:
Myrica
Betulanana
Ledum